Co-creation beta

Op Molblog werd gereageerd op de kinderziekten in de Nieuwskraker van de Volkskrant. Een medewerker verzuchte dat de huidige versie nog maar een beta is waarop een lezen adviseerde: “leer van google en blijf het aub een beta noemen…ideaal om alle criticasters de mond te snoeren ;-)”

Zo cynisch ben ik niet. Het past helemaal bij het doorbreken van co-creation. Alles is tegenwoordig beta of alpha. Geen hippe online dienst die nog in een echte 1.0 release lijkt te komen. Of het nu gaat om een grote fotosite, een nieuwe social browser of searcher, een RSS reader, of een stickiestool.

Lees verder op Molblog …

Maak RSS tot succes

5% van de internetgebruikers gebruikt een RSS reader. Of misschien nog wel minder, zo denkt Mark Fletcher, oprichter van Bloglines en spreker op eDay vorige week. Terecht merkt hij op dat RSS nog teveel een technology driven toepassing is. Mensen hebben geen gevoel bij Really Simple Syndication.

Blogs daarentegen mogen al rekenen op zo’n 35% gebruik. Althans, volgens de officiële cijfers. Dat zou juist wel meer kunnen zijn doordat een blog wel erg lijkt op een website en er nergens staat dat het een blog is. Het onderzoek gaat veel meer over de vraag “kent u het begrip blog en zo ja, gebruikt u blogs”.

De vraag is dus: hoe maken we van RSS net zo’n succes als de blogs? De vraag is ook of dat wel de goede vraag is.

Lees verder op Molblog…

Blogging overload

Vandaag had ik in mijn RSS lijst pak ‘m beet een keer of twaalf het bericht over de top 10 usability mistakes bij bloggen van Nielsen.

Conclusies:
– top 10 lijstjes werken nog steeds
– als je een goed onderwerp verzint komt je wel onder de aandacht
– iedereen heeft een sterke behoefte aan richtlijnen voor bloggen
– ik zou wel een filtermachine willen die automatisch de gelijke berichten samenbrengt en gegroepeerd presenteert… Dat moet op basis van de links naar achterliggende artikelen toch te doen zijn?

Omroep 2010

Het debat vandaag in de kamer over de publieke omroep zal waarschijnlijk gaan over geld en macht, en het al dan niet opheffen van de NPS. Het is interessanter te bedenken hoe een publieke omroep eruit zal zien over een jaar of vijf. Wordt het een omroep van het publiek of voor het publiek?

Belangrijke invloeden die de aanblik gaan bepalen zijn ‘converging usage’, ‘on-demand’, ‘option overload’ en ‘opinion centred publishing’. De publieke omroep heeft sterke troeven in handen een betekenis te kunnen hebben in het veranderend medialandschap.

Lees verder op Molblog…

Virtuele warmte voor de prosumer

“Banken verliezen het contact met de belangrijkste klanten” zo lees ik bij Marketing-Online.

Een zeer interessant onderzoek van Forrester Research. Een belangrijke groep van de klanten gebruikt de kanalen internet en telefoon waardoor ze het contact verliezen is de constatering.

Interessanter is de constatering van Forrester dat via het online kanaal veel meer ingespeeld kan worden op de adviesbehoefte. Maar hoe doe je dat?

Lees verder op Molblog…

De Marketingsite 2.0

Veel aandacht opeens voor het Web 2.0. In BusinessWeek staat een heldere uiteenzetting van het fenomeen.

Veel aandacht gaat uit naar het applicatieve van het nieuwe web en het sharing-fenomeen (flickr, backpack, del.icio.us, cyworld). Terecht natuurlijk, maar het interessants is dat het internet als medium verdwijnt. “The Web isn’t so much a place anymore. It’s more of a doorway into services”.

Voor de tradionele marketingsite betekent dit ook veel. Lees verder op Molblog.

Vervolg 2.0

“In the next 12 months, people will be thinking about the Web in a new way.”
“The Web isn’t so much a place anymore. It’s more of a doorway into services”

Twee citaten die mooi op het vorige aansluiten wat mij betreft. Uit een special in BusinessWeek die het fenomeen Web 2.0 helder behandelen.

Ook interessant: een lijst van 2.0 toepassingen en een overzicht van een paar meer filosofische visies op open.info.nl.

Het internet bestaat niet meer

Het was gisteren voor het eerst dat de eerste 10 resultaten bij een Google zoekactie die ik deed alleen uit weblogs bestond. Een mooie markering van een ontwikkeling die al langer gaande is. Het internet als medium op zich bestaat niet meer. Het is een techniek die specifieke diensten ondersteunt.

Tim O’Reilly noemt het Web 2.0: “We are moving into a new world where everything is interconnected, where the Internet is the platform and where software is a service. Welcome to the new paradigm that is Web 2.0.”

Maar wat zijn dan die diensten en wat betekent dat voor de bestaande websites?

De volgende categorieen kun je onderscheiden

  • Communicatiediensten zijn al langer bekend. Chat wordt daarbij veel belangrijker dan e-mail zoals blijkt uit een onderzoek in Amerika onder jongeren.
  • Collaborative diensten zo zou je de weblogs, wiki’s en grouptagging sites kunnen noemen. Waar de bijdrage van anderen essentieel is voor de waarde.
  • On-demand diensten spelen in op de ontwikkeling in convergence en triple play. Talpa start met een volledige digitaal on-demand-kanaal naast de broadcast versie.
  • Overview diensten zijn persoonlijke knipselkranten. Actuele sites worden nooit meer bezocht, alles komt binnen in de RSS reader. De achterliggende sites zijn niet meer belangrijk; een contentpagina krijgt de kwaliteit van een ‘homepage’
  • Klantomgevingen bieden gebruiksdiensten voor klanten van organisaties. De relatie tussen aanbieder en klant is bepalend voor de online aanwezigheid.

De huidige corporate en marketing sites waar het internet vol mee staat zullen uit elkaar vallen.
Klantomgevingen staan op zichzelf. Waar je als klant nu eerst naar een publieke site gaat wordt de klantomgeving vanuit een certificaat op de eigen computer direct geopend.
Merken verspreiden de boodschap met publieke content via de persoonlijke knipselkranten. En via de Googles en categorieportalen waar ze nieuwe virtuele omgevingen met andere merken vormen.

Knooppuntmerk als nieuw verdienmodel

Met de consumer-generated media ontstaan nieuwe modellen van waarde. Gratis informatie wordt gemeengoed, dat merken de aanbieders van informatie volgens het aloude abonneemodel. De abonneeaantallen van betaalde kranten lopen terug ten opzichte van de gratis kranten. Pogingen om geld te vragen voor online content lopen op niks uit.

De consumer-generated media zullen alleen nog maar groeien. Het belang van nieuwe ‘knooppuntmerken’ zal hierin toe gaan nemen. Knooppunten van webloggers die bepalen wat interessant is en wat niet. Waar vertrouwen aan wordt gegeven. Je ziet al dat kranten hun journalisten een weblog laten bijhouden. De principes van filtering zullen ook in de cgm toegepast worden.

Het interessante is daarbij dat de waarde van de content niet alleen meer wordt bepaald door die ene boodschapper die jij vertrouwt, maar dat juist de combinatie van boodschappers de waarde gaat bepalen. Het zoekmechanisme van Google heeft bewezen dat je waardevolle ratings krijgt door te kijken naar de beoordeling van de groep. Als een site vaak door andere sites wordt aangehaald moet de waarde wel hoger zijn. Dit principe zal ook de waarde van content gaan bepalen.

De aloude uitgevers van informatie zullen een gidsfunctie hierin moeten gaan claimen en die bewijzen door veel verwijzingen aan zich te koppelen. Dit kan door de eigen content met waarde gratis aan te bieden en een knooppuntmerk te worden. Hierdoor ontstaat waarde voor de adverteerder (sponsor) en kan de abonneederving worden opgevangen.